Presentatiemodus
De presentatiemodus is beschikbaar via het menu Weergave. In deze modus wordt uw document schermvullend weergegeven, zodat u het op eenvoudige wijze aan andere gebruikers kunt presenteren.
Elk canvas fungeert als dia. Gebruik de pijltoetsen om naar een volgend of vorig canvas te gaan. U kunt ook op Return of Enter drukken of met de muis klikken om naar het volgende canvas te gaan. Als uw presentatievoorkeuren zodanig zijn ingesteld dat een object waarop u klikt wordt gemarkeerd, kunt u niet naar het volgende canvas gaan door te klikken. U kunt echter wel op een leeg gedeelte op het canvas klikken om verder te gaan. Als u de aanwijzer naar de onderkant van een scherm verplaatst, verschijnt er een navigatie-interface met knoppen om vooruit of terug te gaan, af te sluiten of rechtstreeks naar een bepaald canvas te gaan.
U kunt tijdens de presentatie objecten markeren om hierop de aandacht te vestigen. Gebruik de presentatievoorkeuren om te bepalen hoe markering plaatsvindt.
Om de presentatiemodus te beëindigen, drukt u op Escape of klikt u op de X-knop die verschijnt wanneer u de aanwijzer naar de onderkant van het scherm verplaatst.
Acties die zijn ingesteld in het infovenster Actie, werken in de presentatiemodus. Als u op een object klikt waaraan een actie is toegewezen, wordt de actie uitgevoerd alsof u op het object had geklikt met het bladergereedschap.
Presentatievoorkeuren In de presentatiemodus kunt u objecten op het canvas markeren.
Geef op of u een object wilt laten markeren als u de aanwijzer op dit object plaatst, als u op het object klikt of nooit. U kunt ook een label weergeven voor objecten waarvoor acties zijn ingesteld in het infovenster Actie.
Klik op het kleurenvak om een kleur te kiezen voor de markering. Het is nog handiger om selectedControlColor te selecteren in het vervolgmenu 'Lijst' in het venster 'Kleuren'. Deze kleur komt namelijk altijd overeen met de markeringskleur die is geselecteerd in het paneel 'Weergave' in de Systeemvoorkeuren van Mac OS X. Gebruik de schuifregelaar om de dikte van de markering in te stellen.
Als u meer dan één venster hebt geopend, wordt het voorste venster voor de presentatie gebruikt. Als u met twee beeldschermen werkt, kunt u de presentatie weergeven op het ene scherm, terwijl u het document op het andere scherm bewerkt.
Selecteer "Document" in nieuw venster (waarbij Document de naam van uw document is) in het menu Venster.
Sleep het ene venster naar het tweede beeldscherm.
Klik in het venster op het tweede beeldscherm om er zeker van te zijn dat dit het voorste venster is.
Open de presentatiemodus. Op het tweede beeldscherm wordt de presentatie weergegeven, terwijl het eerste beeldscherm het normale documentvenster bevat.
Op deze manier kunt u het document op het eerste beeldscherm bewerken en wordt de presentatie automatisch bijgewerkt op het tweede beeldscherm.